Rechtop

Fantastisch vond ik het als we gingen logeren bij mijn oom en tante. Een grote boerderij, met grote zolder, grote schuur en een weiland vol paarden. Als klein kind hebben we daar heel veel avonturen beleeft.

Daar stond tegenover dat we witte rijst met rietsuiker moesten eten. Dat vond ik vies. Soep gemaakt van bonen. Dat lustte ik echt niet. En dat mijn tante continue gezondheidsadviezen gaf. ‘Rietsuiker is gezonder’, ‘bronwater is gezonder dan kraanwater’ en ‘Bonen is goed voor de darmflora.’

De ergste vond ik: ‘Laat je schouders niet zo hangen’. Helemaal toen ik vijftien was. Dat is al zo’n fijne leeftijd vol hormonen. Als je Tante dan ineens onverwachts opduikt en met haar handen ongevraagd je schouderbladen in de juiste positie drukt. ‘Afhangende schouders. Let nou eens op je houding.’ Daar zit je niet op te wachten als puber. Toch onderging ik het; had ik geleerd van mijn ouders.

Maar ik kwam niet meer graag bij mijn oom en tante. Verjaardagen sloeg ik over en als ik zin had om er over na te denken, dan stuurde ik voor het fatsoen nog een kaartje. Maar logeren of op theevisite doe ik al twintig jaar niet meer. Tot noodgedwongen mijn oom en tante de aan mijn oma geleende barbecue kwamen terug brengen. Mijn tante was een vriendelijk mens geworden, met afhangende schouders.