Onder één hoedje?

Onder één hoedje?

Als de dag van gisteren herinner ik mij mijn eerste baan,. Ik had twee sollicitaties lopen, waarvoor ik op dezelfde dag werd opgeroepen . Bij het Gasbedrijf vrijdagsmorgens, bij de bank ’s middags. De banen lagen voor het oprapen in die tijd.
Het waren mijn eerste sollicitaties.
Zo groen als gras kwam ik bij de directeur van het Gasbedrijf in zijn werkkamer. Hij vroeg mij hoe ik heette, waar ik woonde, wat voor opleiding ik had genoten en of ik zijn zoon E. wel kende, die op dezelfde middelbare school had gezeten als ik. Ja, ik kende E. wel. Ik dacht nog o ja, “de vuurtoren”. Het gesprek was niet lang en aan het einde van het gesprek vroeg ik heel naïef, of hij al kon zeggen of ik de baan zou krijgen of niet. “Nee, dat weet ik nog niet, er komen vanmiddag nog meerdere langs”. Ik keek wat onzeker, hetgeen hij bemerkte en vroeg: “ hoezo”. Ik moet vanmiddag nog ergens heen voor een sollicitatie. “Waar moet je naar toe”, vroeg hij. “Naar de Amsterdamsche Bank”. Op dat moment voelde het, alsof ik met twee voeten in één kous zat. Toch opperde ik wat hoogmoedig, “”En als ik die baan nu kan krijgen?”. “Maar lieve kind, dan neem je die toch?” “Ja?”, en zo ging ik de deur uit, hem achterlatend met een probleem, of niet natuurlijk.
’s Middag belandde ik bij directeur S. van de Amsterdamsche Bank N.V. – Incasso Bank N.V. Toen hij mijn geboortedatum las, zei hij, dat zijn dochter even oud en op dezelfde dag was geboren. Het was die dag bijzonder warm, vertelde hij. Ja, dat wist ik van mijn moeder. Zijn dochter had altijd hoofdpijn of ik dat ook had. Ja, ook vaak. Daarna was ik aangenomen, maar niet voordat S. eerst inlichtingen had ingewonnen bij onze plaatselijk notaris, waarmee hij altijd jaagde, hetgeen mijn vader later van hem hoorde.
“Je kunt a.s. maandag beginnen” zei hij “En dan kun je nu alvast kennis maken met het personeel.”. Ik zei, “nu al”? “Ja, waarom niet, dan heb je dat alvast gehad. Voor ik er erg in had maakte ik kennis met een stuk of twintig medewerkers. Ik zou beginnen bij de staffelafdeling, waar nog een meisje zat.
‘s Avonds kwam ik thuis en zei, dat ik al een baan had. Zo, zeiden mijn ouders, dat is snel.
.Ik had niet eens naar het salaris gevraagd, dat later vijf en zeventig gulden per maand bleek te zijn. Na een jaar kreeg ik vijf gulden opslag.
Van het Gasbedrijf kreeg ik een afschrijving.