het gehoorapparaat van tante Tettje

Het gehoorapparaat van tante Tettje
In de vijftiger jaren woonde in Berlikum mijn tante Tettje. Zij was vrijgezel en moest rondkomen met het houden van kostgangers. Verder woonde ze in het ouderlijk huis, dat haar zuster Grietje, die verpleegster was in Amsterdam over genomen had van de familie. Net voor de oorlog liet zij er een bovenwoning op bouwen en liet haar zuster Tet daar in wonen. Wanneer zij zelf dan vakantie had, verbleef zij bij haar zuster.
Tante Tet was haar hele leven al slechthorend, en dat werd er niet beter op.
Toen op een keer tante Griet weer thuis was, zei ze tegen Tet: Je moet een gehoorapparaat kopen, want je wordt zo doof als een kwartel. Ja maar… zei Tet, weet je wel wat die kosten. Wel meer dan 350 gulden en om nu mijn spaarcentjes daar aan op te offeren begroot mij. Er waren toen nog geen sociale voorzieningen en zelfs nog geen AOW. Wel kreeg zij een klein bedrag invaliditeitspensioen en hield iets over van de kostganger. Haar nichtje stond daarbij en hoorde het aan. Op dat moment kreeg die een ingevingen en zei: Tante, de eerste 25 gulden is van mij. Tante Griet reageerde hierop en zei, dan doe ik er ook wat bij.
Zo ging dat nichtje naar huis naar haar ouders, en vertelde het daar. Die konden niet achterblijven. Bovendien was het nichtje haar vader een broer van deze twee zussen. En zo begon dat balletje te rollen binnen de familie, die niet groot was. De derde zus Attje en haar man en hun drie kinderen met aanhang deden ook mee en in een mum van tijd was er 300 gulden bijeen. Meester W. de kostganger deed ook een duit in het zakje en tante Tet vulde de rest aan.
Op een goede dag nam tante Tet de bus naar Leeuwarden en liet zich een gehoorapparaat aanmeten bij de fa. De Haan, de toen nog enige oorspecialist daar. En zo kwam tant Tettje terug met een oortje, een koortje en een kastje, waar ze nog jarenlang profijt van had.
Relie Koning-van Reenen