Buikpijn bij Beppe

Sommige herinneringen lijken alleen nog waarde te hebben op momenten dat je begrip moet tonen voor een ander. Omdat je de situatie herkent. Op elk ander moment is die herinnering ballast.

Zoals die zomerse dag dat ik bij pake en beppe op de camping ging logeren. Het was de eerste dag. Pake luisterde naar de radio en las de krant. Beppe breide. Ik zat aan de zandbak en bouwde dingen die onbenullig waren. Van binnen was er namelijk iets veel ergers aan de hand.

Ik had naar mijn idee al uren geen trek in eten of drinken en ik kon me niet herinneren wanneer ik voor het laatst iets had gezegd. Misselijkheid en buikpijn wisselden elkaar af. Het leek alsof ik in een cel zat, voor altijd. Er zat een enorme druk achter mijn ogen. En alle spanning bouwde zich met de minuut op. Ik wilde naar huis. Het idee dat ik dat moest gaan zeggen zou wel zeker een regen aan tranen gaan veroorzaken.

Wat bist allegear oan it meitsjen?’ beppe was ongemerkt naast me neer gehurkt.

Ik zei niks. Dat hoefde ook niet, want beppes zijn ook moeders, en die hebben alles door.

Wolst nei hûs?’ vroeg ze.

Ik knikte. Ze streelde mijn hoofd en gaf me een zoen op mijn voorhoofd. En bij elke liefkozing stroomde er een nieuwe rij tranen over mijn wangen.

Dan gean we toch gewoan.

Naast het beklemmende gevoel van heimwee dat ik toen had, herinner ik me nu vooral nog ander een gevoel. Een schuldgevoel. Omdat ik ze nooit het idee heb willen geven dat ik het bij pake en beppe niet zo leuk had als thuis.

 

– Raymond Muller –

Raymond speelt in de jubileumvoorstelling Grûn en volgt daarnaast een schrijfopleiding. Wij vroegen hem om naar aanleiding van allerlei korte gesprekken tijdens inleidingen een kort verhaal te schrijven.